donderdag 13 september 2018

Eigengereid















Mijn naam is Max Kleinletter, onderwijsstrijdcorrespondent te Amsterdam, vanuit Delft.

 
1
ei·gen·ge·reid (bijvoeglijk naamwoord):1 eigenmachtig optredend. Aldus van Dale. Een mooi en bruikbaar woord, aldus Kleinletter.

2
“Mijn God, mijn God, heb medelijden met mij, heb medelijden met dit arme volk”, aldus Willem de Zwijger bij zijn overlijden, 10 april 1584. Een mythe, deze uitspraak, aldus de 19e eeuwse historicus Robert Fruin. Onmogelijk dat hij dit er nog uit kon persen, volgens de forensisch onderzoekers die een jaar of wat geleden de moord op de Vader des Vaderlands reconstrueerden.

3
Woorden zijn machtige wapens, aldus Max. Hij sluit niet uit dat de laatste woorden van Willem al op papier stonden voor de aanslag plaatsvond. Regeren, tenslotte, is vooruit zien.

4
Labelen, of labeltaal, dient niet in de dossiers van leerlingen op te duiken, aldus de Intern Begeleidster van de school waar Max werkt. Dossiers zijn niet perse openbaar maar wel degelijk op te vragen door betrokken ouders of voogden en het is uiteraard niet wenselijk dat die hun kinderen geportretteerd zien als “klier“ of “heksje“, om maar wat te noemen.

5
Bij een intercollegiaal overleg, bijvoorbeeld een overdrachtsgesprek, kan een goede quote of een labeltje soms een lang verhaal kort maken. Overdragen is vooruitzien.

6
Max’ werkterrein is de laatste jaren overspoeld met ambitieuze jonge vrouwelijke collega’s die bovendien ter beteugeling van hun geldingsdrift tot het nieuwe middenkader van de voorheen platte organisatie zijn toegetreden.

7
Afkortingen, barbarismen en neologismen zijn een beproefd middel om zaken die niet uit te leggen zijn uit te leggen.

8
De schooldirecteur die zijn MT (Management Team) op de voor hen vrij geroosterde uren bijeenroept oogt door de ruitjes van het daartoe ontruimde lokaal als een sjeik in zijn harem.

9
Tegenover de jonge collega die tot bovenstaande hofhouding behoort veroorloofde Max zich tijdens een overdrachtsgesprek een labeltje: “Dit kind is eigengereid“.

10
Je moet bij een kaderlid op je woorden letten maar in plaats van een terechtwijzing werd Max op onbegrip getrakteerd. “Eigengereid? Dat woord ken ik niet.“

11
Labeltaal die door het management niet als zodanig wordt begrepen mag wel in de dossiers terechtkomen, aldus Max. De ouders die het aangaat zijn in dit geval vaker volgelingen van deze of gene sjeik dan van Oranje, dat maakt de kans dat zij de gebezigde woorden kennen des te kleiner.

Conclusie
Het hedendaags onderwijs is gebaseerd op pretentie en niet op vakkennis.

12
 Mijn God, heb medelijden met dit arme volk!


Dit was Max-Tegendraads-Kleinletter.



 

 

vrijdag 31 augustus 2018

Demagogiek















Mijn naam is Max Kleinletter, onderwijsstrijdcorrespondent te Amsterdam, vanuit Moskou.



Adolf

“Adolf wie?“ moet Josef Stalin zich hardop afgevraagd hebben toen hem gevraagd werd waar zich de stoffelijke resten van de voormalig leider van Nazi-Duitsland bevonden. Het lijk was zoek en er waren redenen om het te verdonkeremanen. Ten eerste wilde Stalin voorkomen dat een graf zou uitgroeien tot een bedevaartsoord voor neonazi’s en ten tweede was er hem veel aan gelegen de overwinning op Duitsland neer te zetten als een overwinning op het westers imperialisme. Voor dat laatste was de naam Hitler als verpersoonlijking van het kwaad van nul en generlei waarde. Geschiedvervalsing of retoriek? Volgens de Marxistische leer doet het er niet toe. Het doel heiligt de middelen en woorden zijn machtige wapens. De tweede wereldoorlog tenslotte ging de Russische geschiedenisboekjes in als De Grote Vaderlandse Oorlog.



Demagogie

Het misbruiken van woorden is niet slechts voorbehouden aan communisten. Ook voordat Marx er een onderbouwing aan gaf gebeurde het, en hóe. Hedendaagse populisten zijn er ook niet vies van en in de strijd tegen roken en alcohol bijvoorbeeld maken zelfs gerespecteerde burgers gebruik of misbruik van, laten we het maar bij de naam noemen, demagogie. “Niet roken is het nieuwe normaal“? Doe toch effe normaal! Roken is ongezond, irritant voor de niet roker, een dure hobby voor de gebruiker en wellicht voor de hele maatschappij maar bovenal een verslaving waar je niet snel aan ontsnapt, zeker niet omdat een ander het niet “normaal“ vindt. Om ook maar een duit in het zakje van de demagogie te doen: wie zich van dergelijke argumenten bedient is zelf een verslaafde!



Eenrichtingsverkeer

Max realiseert zich dat ook hij boter op het hoofd heeft. Het onderwijs, zijn broodwinning, streeft al sinds mensenheugenis naar een betere wereld en is zodoende doordrenkt van retoriek en de bijbehorende demagogie. Het heeft een tijdje geduurd voor hij het zag, maar het is zo. Lesgeven is geen democratisch proces. Max weet iets en de leerlingen worden geacht dit van hem aan te nemen en het vooral niet in twijfel te trekken. Plato omschreef het al zo. Modern pedagogisch en didactisch inzicht schrijft weliswaar een coöperatieve en communicatieve aanpak voor maar het is oude wijn in nieuwe zakken.



Voorkennis

Alle middelen lijken geoorloofd. Tot zijn eigen verbazing hoorde Max zichzelf bij het aanbieden van de eerste les staartdelingen zeggen: “Jullie kennen allemaal de tafels van 1 tot en met tien.“ Zo’n opmerking dient er volgens de moderne regelen der kunst toe om bestaande voorkennis te activeren. Je mag natuurlijk iets verwachten van zo’n groep 6 en van de energie die je daar al hebt ingestoken, maar toch.. Het grootste deel van de klas wreef zich vergenoegd in de handen. Makkie! Toch waren er een paar die sidderend ineen doken maar onder druk van de groep deden zij er het zwijgen toe. De gevolgen bleken uit de toets die er een week of twee later op volgde. Diagnostische gesprekjes, daar heb je weer zo’n term, volgden. Zal het met de betreffende leerlingen beter gaan als we het over breuken gaan hebben? Wellicht is het beter eerst te vragen naar bestaande kennis dan die bekend te veronderstellen.



Wil

Max voelt soms de grond onder zijn voeten wegzinken. Pedagogen en andere hoogopgeleiden leggen hem voortdurend bij monde van besturen en overheden hun wil op. Wiens wil? De wil van een onzichtbare en ongrijpbare dictator, de wil van de democratische samenleving. En het ergste: hij doet het omdat hij ervoor gekozen heeft.



Dit was Max-Verlicht-Despoot-Kleinletter.

zaterdag 25 augustus 2018

Rookgordijn


















Mijn naam is Max Kleinletter, onderwijsstrijdcorrespondent te Amsterdam, vanuit Rotterdam.



Bombardement

Geen rook zonder vuur. Rotterdam wil geen rook meer. Dat wil zeggen: twee scholen en een ziekenhuis willen geen rook meer, geen sigarettenrook, dus hebben zij het gebied waar zij gevestigd zijn tot rookvrije zone uitgeroepen. Logisch, zult u denken, scholen streven naar een betere toekomst voor iedereen en ziekenhuizen zijn het beu voortdurend de brokken van dat mislukte streven op te moeten ruimen. Even logisch is de plaats waar deze maatschappelijke instituten de handen ineen slaan, Rotterdam dus. Angst voor rook en vuur zit de Rotterdammers immers diep in de genen; u weet wel, het bombardement in 1940. Men is al decennia bezig alles wat brandbaar is de stad uit te dringen. De rokende totempalen van de petrochemische industrie zijn vanuit de stad nog wel zichtbaar want vuur en werk gaan nu eenmaal hand in hand, maar toch.... De Rotterdammer wordt voortdurend heen en weer geslingerd tussen angst en noodzaak en dat gebrek aan geestkracht klinkt dus ook door in het argument dat wordt aangevoerd om een rookvrije zone in de stad aan te prijzen: Niet roken is het Nieuwe Normaal.



Normaal

Wat is normaal in die stad vol tegenstrijdigheden? Neem de burgemeester, een Marokkaanse Amsterdammer of een Amsterdamse Marokkaan die ooit wethouder van onderwijs in de stad van nota bene Ajax was. Een bijzondere keuze in een stad waar minderheden de meerderheid vormen en waar Leefbaar Rotterdam hoopt ooit de dienst uit te kunnen maken. Wanneer het betrokken ziekenhuis zijn patiëntenbestand eens tegen het licht zou houden kan men overigens concluderen dat de aandacht voor het roken ook al iets tegenstrijdigs heeft. Het aantal werknemers dat in de havens en de chemiebedrijven door ongelukken en blootstelling aan giftige stoffen in het hospitaal belandt is ongetwijfeld hoger dan het aantal longpatiënten. Ook het onderwijs faalt hier zou je zeggen. Een beetje school zou z’n leerlingen toch minder risicovolle perspectieven moeten bieden, een veilige kantoorbaan bijvoorbeeld. Misschien is werken helemaal niet zo normaal.



Initiatief

Max woont in Amsterdam, een stad die schreeuwt om handarbeiders en vaklieden, maar dit terzijde. De jonge “professionals“ die de afgelopen jaren de sociale huurwoningen om hem heen hebben weten op te kopen, hebben zich onlangs op de openbare ruimte gestort. Op diverse plekken worden de voorheen egaal groene grasveldjes opgesierd door fraaie bloemenborders. “Ons werk“ verklaarde onlangs een trotse koper. Max houdt van bloemen maar kan het niet laten er zo nu en dan een peukje tussen te werpen. Men moet z’n bemoeienis met de openbare ruimte niet al te vanzelfsprekend gaan vinden. De zich terugtrekkende overheid overigens moedigt zulke initiatieven aan. Tot Max’ leedvermaak blijkt die overheid het groen toch niet helemaal te hebben prijgegeven; een enthousiaste gemeentelijke maaiploeg had de perkjes blijkbaar nog op z’n stafkaarten staan, met alle vervelende gevolgen voor de bloemetjes van dien.



Lekker belangrijk

Max wijst privé-initiatieven niet per se af, integendeel. Hij voorziet wel onmin tussen de nieuwbakken tuiniers en andere gebruikers van het grasveld. Zijn peukjes zijn dus ook bedoeld als waarschuwing. Bij wijze van provocatie zou hij graag eens naar Rotterdam rijden om op het terrein van de ondernemende scholen en het ziekenhuis de asbak van zijn auto te legen. Iemand moet toch eens duidelijk maken dat het hek van de dam is als dat soort instituten zich de openbare ruimte toe-eigenen. Het verdeelde Rotterdamse gemeentebestuur dat maar niet schijnt te kunnen kiezen tussen zich terugtrekken of zich overal mee bemoeien moet zich wat Max betreft maar eens wenden tot zijn nachtburgemeester, de verpersoonlijking van de teruggetrokken overheid en geboren in een jaar waarin de rook van het bombardement nog maar amper was opgetrokken. Over rokers maakt die zich niet druk. Wildplassers, eigenaren van oudere dieselbusjes, van honden met hoge nood en vissers zonder vergunning, bij hem zijn ze veilig. Er zijn belangrijker zaken die om aandacht vragen. Dat is het Oude Normaal.



Rookgordijn

Blijft over de vraag of al die particuliere initiatieven nu werkelijk ontstaan omdat de overheid zich niet meer overal mee wenst te bemoeien of dat het hier een rookgordijn betreft. Aan Max moet u dat niet vragen, die was, is en blijft een instrument van.....



Dit was Max-Hedendaags-Normaal-Kleinletter.



 

dinsdag 14 augustus 2018

Het juiste moment




















Mijn naam is Max Kleinletter, onderwijsstrijdcorrespondent te Amsterdam, vanuit Tokio.



Geld

Vakantie! Tijd voor een sportverslag, met andere woorden: strijd en......geld. Vandaag de grootste wielrenner aller tijden. Of in elk geval de rijkste.
De Tour de France hebben we nog maar net achter de kiezen en nee, Chris Froome is zeker nog niet de grootste. Ook niet de rijkste. Grootverdiener in het peloton is Peter Sagan. Naar verluid bedraagt zijn vaste jaarinkomen zo’n 6 miljoen euro. Komen nog wat premies bovenop plus de niet te onderschatten inkomsten van de criteriums, de „rondjes om de kerk“. De meeste tennisspelers zouden voor zo’n bedrag niet eens hun bed uitkomen en een beetje voetballer haalt er ook z’n neus voor op. Met twee weken bier drinken en pijltjes gooien verdient van Gerwen al meer dan Sagan voor het overleven van de Tour. De meeste wielrenners zitten beduidend onder dat bedrag en velen van hen zelfs dik onder de Balkenende-norm. Wielrennen blijft een veredelde vorm van slavernij, zelfverkozen, dat wel.



Keizer

Was Mercks de grootste? Anquetil? Hinault of Indurain? Is de van zijn voetstuk gevallen Armstrong degene die er het meest aan over heeft gehouden? Ja, schadeclaims! En Joop Zoetemelk?
De ware keizer van de wielersport vinden we in een onverwachte uithoek van de sport, in een land waar het wielrennen razend populair is: Japan. Koichi Nakano is zijn naam. Tussen 1977 en 1986 werd hij maar liefst tien keer achter elkaar wereldkampioen op de sprint. In zijn vaderland was hij een grootheid in de Keirin en daar verdiende hij een duidelijk bovenmodaal loon mee. Toen hij in 1992 met wielerpensioen ging had hij ongeveer 1,32 miljard yen bijelkaar gefietst, zo’n 100 miljoen dollar.



Gokken

De sprint is in meer dan een opzicht een interessante discipline. Voor het Japanse publiek was het een mogelijkheid om zich eens on-Japans te buiten te gaan, er werd bij de keirinwedstrijden gegokt bij het leven. Nakano wist daar handig een graantje, zeg maar gerust een scheepslading graan, van mee te pikken. Voor de wielerliefhebber biedt de sprint een tenenkrommend spannend schouwspel met als bonus een schitterende metafoor voor wat een mens kan overkomen in geval van hoogmoed en zelfoverschatting.



Moment

De kunst van het sprinten is vooral een kwestie van geduld, souplesse en instinct. Wie op tweehonderd meter voor de eindstreep aan kop ligt kan de overwinning zo goed als zeker op z’n buik schrijven. Winnaar is vrijwel altijd degeen die zich op het laatste moment vanuit het kielzog van zijn voorganger weet te lanceren. De voorafgaande ronden zijn dan ook vooral een wedstrijdje in traagheid, tot stilstaan aan toe. Let wel: wie zijn voeten aan de vloer zet is af. Wie meent over zulke machtige dijen te beschikken dat hij (of zij) de strijd van kop af in het voordeel kan beslechten komt bedrogen uit. De met anabole steroïden gestookte oostblokkrachtpatsers kwamen dan ook zelden verder dan de kwartfinale.



Middelen

Max is een geduldig mens. Zijn bazen meestal niet. Voormalig gedroomd kampioen van het onderwijs, Sander D, was er toch vooral een van het krachthonk en, in vertrouwde oostbloktraditie, hij schuwde de “middelen“ niet. Curriculum nu, lerarenregister, onderwijs op maat, realistisch rekenen, de wetenschap heeft ze inmiddels allemaal gedetermineerd en op de verboden lijst gezet. Wie wereldkampioen wil worden moet behalve over kracht toch vooral over kennis beschikken. Kennis? Was dat geen vies woord?



Weddenschapje

Max houdt zich al jaren op in de slipstream van al dat geweld. Hij ploegt door als de schildpad in de fabel van Aesopus. Hij raadt de collega’s van PO-in actie en de vakbonden aan dat ook te doen en toe te slaan in de laatste tweehonderd meter, anders dreigen politie en brandweer er met de hoofdprijs vandoor te gaan. Ondertussen overweegt hij een weddenschapje. Met zijn salaris kan hij helaas niet hoog inzetten dus 1,32 miljard kan hij wel vergeten maar het belangrijkste wapenfeit van zijn voornaamste tegenstander, de minister Voor.., is een afmelding wegens ziekte. Dat biedt perspectief.



Dit was Max-Voeten-Van-De-Vloer-Kleinletter.



 

donderdag 26 juli 2018

Wereldkampioen


















Mijn naam is Max Kleinletter, onderwijsstrijdcorrespondent te Amsterdam, vanuit Moskou.



Over

De strijd werd gadegeslagen door presidenten, eerste ministers, leden van koninklijke huizen, bestuursvoorzitters, bankiers, de Witte Gullit, de Hand van God en Mick Jagger. En daar, achter die zonnebril, was dat Kaiser Franz? Zo gaat dat. Voetbal is oorlog en dus wil je eerste rang zitten. Maar goed, dat is al weer een paar weken voorbij en over. God zij dank!



Teleurstellend

Zo’n W.K. kent hoogte- en dieptepunten maar het meest in het oog springende kenmerk is, dat het langzaam doodbloedt, iedere vier jaar opnieuw. De groepsfase is leuk en spannend, iedereen mag nog hopen. Dan volgt de zielige fase, want: strafschoppen. Als laatste volgt de epische tweestrijd om het kampioenschap. Saai! De kijkcijfers laten dan al te wensen over en de uitslag lijkt bij voorbaat vast te liggen. Het is slechts elf landen ooit gelukt om wereldkampioen te worden. Kwestie van geld?
De uitkomst lijkt sowieso niet tot tevredenheid te stemmen: Rellen in Parijs en, omgekeerd, juist een groot volksfeest in Kroatië. Zo gaat dat bij een tweestrijd: de een wordt verdienstelijk runner-up en de ander teleurstellend voorlaatste.



Failed sport

De wereld van het voetbal is een andere wereld dan die van de doorsnee mens. Voetbal lijkt zich af te spelen in een parallelle dimensie. Bij het W.K. worden zogenaamd de belangen van de deelnemende staten verdedigd en bevochten maar tegelijkertijd speelt er een supranationaal belang, namelijk dat van het voetbal zelf. De voetbalstaat is echter, om met premier Orban en minister Blok te spreken, een “failed state“. Neem Nederland. Ons land had zich dit keer, heel slim, niet laten vertegenwoordigen. Toch mochten wij ons wedstrijd na wedstrijd vleien met de gedachte dat er iedere dag wel voetballers te bewonderen waren die in enige fase van hun loopbaan gespeeld hadden bij Feyenoord, AGOVV of Monnickendam Zal Zegevieren. Dat sommigen van hen nog wisten hoe zij in het Nederlands een biertje moesten bestellen of zich een Hollandse krachtterm wisten te herinneren was voor het publiek mooi meegenomen. Nederland blijft dus overeind als het land van de voetbalpedagogen. Eenmaal uitgevlogen belanden al die spelers bij clubs met een dikke portemonnee, zoals Barcelona, Madrid, Juventus of Manchester United. Geen autochtoon meer te bekennen bij de grote voetbalverenigingen. Voor de nationale teams geldt onderhand hetzelfde. Ja, Frankrijk is een multiculturele samenleving, vraag het maar aan Marine le Pen.
En dan was er nog die Russische verdediger, Mario Fernandes. Hij kende wel één woord Russisch! De Hongaarse premier en de Hollandse minister zullen er zo het hunne van denken.



Toekomst

China stuurde aandachtige waarnemers. Wat is er nodig om deze nieuwe grote speler op het wereldtoneel in 2030 wereldkampioen te laten worden? Ten eerste: geld, heel veel geld! Geen probleem! Ten tweede: een opleidingstraject. Voor de zekerheid is ADO-Den Haag maar vast opgekocht. Een goed begin is het halve werk! Maar dan......



Voorwaarden

Max en zijn collega’s voelen de hete adem van de voetbalbelangen al in de nek. De eerste cursus Kantonees voor Kleuters is al schoorvoetend voorgesteld. Het wachten is op Mandarijn voor Minkukels maar lang kan dat niet duren. Ondertussen verkeert Max zelf in een failed state; het Engels voor de onderbouw lukt hem al amper, laat staan dat hij ooit in staat zal zijn Chinees te ontcijferen. Voetballen kan hij niet en voetbaltalent spotten bij zijn leerlingen ook al niet. Iets bestellen bij Ali Express wel.



Een geluk bij een ongeluk

Het jaar 2030 is nog ver weg. Ondertussen mogen Nederlandse voetbalfans zich verheugen in de gedachte dat het Belgisch team slechts derde is geworden. Waren zij kampioen geworden dan was ons dit nog jaren nagedragen: Nederland drie maal verliezend finalist en de Belgen ’s werelds beste? Dat is ons dan bespaard gebleven.



Dit was Max-Doellijnpedagoog-Kleinletter.

zaterdag 30 juni 2018

Op de bon













Mijn naam is Max Kleinletter, onderwijsstrijdcorrespondent te Amsterdam, vanuit Amsterdam.



Op de bon

Koffie was nog lang “op de bon“, na de oorlog. De schaarste aan materialen en artikelen was al snel na het begin van de tweede wereldoorlog begonnen. De toevoer van bijvoorbeeld rubber was gelijk in 1940 al tot stilstand gekomen, met als gevolg dat er in de jaren daarna geen fiets meer op fatsoenlijke banden rondreed. Tabak was tegen het einde van de oorlog zo schaars dat verstokte rokers de straten afschooiden op zoek naar een weggegooide peuk. Wie de hongerwinter heeft meegemaakt weet dat er begin 1945 aan alle levensbehoeften gebrek was. Al met al heeft het na die tijd ook nog jaren geduurd voor weer aan alle vraag kon worden voldaan.



Verdeling

De overheid had zowel tijdens als na de oorlog een belangrijke taak bij de eerlijke verdeling van de schaarse goederen. De Duitse overheersers bedienden zich daarbij van een systeem met distributiekaarten. Handig, want iedereen moest geregistreerd zijn om er een te krijgen. De naoorlogse regering bediende zich van een systeem met bonnen. Die hadden betrekking op het soort artikel dat nog amper te krijgen was. Zodoende werd voor een eerlijke verdeling gezorgd.



Overvloed

Amsterdamse schoolkinderen worden vandaag de dag niet meer geconfronteerd met schaarste. Toch wordt hen voorgehouden dat zij onder schooltijd niet mee kunnen profiteren van de overvloed die ons leven bepaalt. De kinderen worden letterlijk op water en brood gezet. Overdaad schaadt, is de wijze les die hen hiermee wordt voorgehouden. Van al die suikerhoudende vruchtensapjes en vette croissantjes word je maar dik en dat mag van de Amsterdamse overheid niet. Overgewicht is ongezond en kost de samenleving geld, zo is de gedachte.



Autonomie

Niet alle ouders zijn blij met deze opgelegde vorm van schaarste. Er is hier en daar zelfs sprake van boosheid. "Hoe haalt de gemeenteraad het in z’n bolle kop om te bepalen wat mijn kind eet?“, zo hoorde Max zich onlangs een ouder hardop afvragen. Hij had er weinig tegenin te brengen. Gezondheid is één, maar om daarbij nu de autonomie van de ouders waar het gaat om de voeding van hun koters maar te ontkennen, dat gaat te ver. Hier zijn democratische beginselen in het geding.



Brandstof

Ook huisartsen zijn niet blij met al dat water. Een beetje suiker af en toe kan geen kwaad voor het functioneren. De hersenen hebben zo nu en dan wat instant brandstof nodig om een schooldag vol te houden. Max wacht op het eerste onderzoek dat het verband tussen een pakje Wikkie en de uitslag van de CITO-toets gaat aantonen. Een weddenschapje daarover durft hij op voorhand wel aan.



Twijfel

Max' eigen rol en die van zijn collega’s in de uitvoering van deze beperking baart hem nog de meeste zorgen. Zijn wij van het onderwijs nu helemaal gek geworden!? En is Max de enige die er zo over denkt? De meeste leerkrachten die hij erover spreekt wuiven zijn bezwaren zonder veel omhaal weg. “Als de ouders hun kinderen geen gezond gedrag weten bij te brengen, moeten wij het maar doen“, kreeg hij onlangs te horen. De voorgeschreven methode tot beter burgerschap meldt op het omslag: Democratie moet je leren. Hoe dan? Door democratische uitgangspunten te negeren?



Missie

Is het de zendingsdrang die de onderwijzer maakt? Wij Nederlanders zijn van oudsher nu eenmaal een volk van donderprekende dominees en schoolmeesters. Als het op de voedingsvoorschriften aankomt verkondigen wij van het onderwijs maar al te graag de door de gemeente opgelegde onheilsprofetie. Of komt het juist omdat wij zelf al in een eerder stadium buiten de democratie zijn geplaatst, een verlengstuk van de overheid zijn geworden? Wiens brood men eet, diens woord men spreekt, zal Max maar zeggen. Of in dit geval: Wiens water men drinkt, diens liedje men zingt. Het zal onder de Duitse bezetting niet anders geweest zijn. De hongerwinter daargelaten zal de gemiddelde Nederlander de gezondste tijd van z’n leven hebben meegemaakt, precies zoals het de Nazi’s voor ogen stond. Om de democratie te redden heeft Max de volgend oplossing in het hoofd: Schransen, zuipen en roken tot......... Tot we er bij neervallen natuurlijk. En de overheid? Die vindt het prachtig. De echte onderwijsproblemen blijven zo mooi buiten beeld.



Dit was Max-Bon-Appetit-Kleinletter.

dinsdag 29 mei 2018

Dat stinkt!















Mijn naam is Max Kleinletter, onderwijsstrijdcorrespondent te Amsterdam, vanaf Lemnos.



Philoktetes

Het was na een kleine tien jaar strijd duidelijk dat Troje niet zou vallen zonder hulp van “boven“. Het zouden uiteindelijk de wapens van Hercules zijn die het verschil moesten maken. Maar ja, waar waren die ook al weer? Odysseus wist het nog. Ze waren op het eiland Lemnos waar hij de eigenaar Philoktetes op de heenreis had achter gelaten. Philoktetes leed aan een niet te genezen verwonding aan de voet die er voor zorgde dat hij voortdurend een ondraaglijke geur verspreidde. Niemand aan boord van Odysseus’ schip kon het nog verdragen, vandaar. De grote held moest dus terug om zijn excuses te maken en de verschoppeling over te halen zich weer bij hen te voegen. Nederigheid gaat vooraf aan de overwinning en zo zien de goden dat graag.



Praatjesmakers

Om dergelijke inzichten naar de strijdende partijen te communiceren heeft de wereld behoefte aan helderzienden, priesters, profeten, druïden, visionairs etc. Allemaal praatjesmakers uiteraard, want de tegenpartij bedient zich er net zo goed van en toch verliest er altijd iemand. Hoe zit dat dan met onze onderwijsstrijd?



Onderwijsvisie

Onderwijs vraagt om visie. Over het feit dat de gangbare visie maar een houdbaarheid van een jaar of vier heeft maakt niemand zich druk, een volgende minister komt wel weer met iets nieuws. En dan nog: de Trojaanse oorlog duurde maar liefst tien jaar en aan het eind kwam alles toch nog goed. In al zijn nederigheid wordt nu ook van Max visie verwacht. Dat wil zeggen: hij mag zijn zegje doen als lid van het team. Van de teamgeest mag niet teveel afgeweken worden. In zijn persoonlijke visie is verder niemand geïnteresseerd. U misschien.



Straf

Een keur aan valse profeten heeft in de afgelopen twintig jaar een bijdrage mogen leveren aan de visie van Max’ zwarte school in Amsterdam-West. En raad eens: Het deugt niet, het moet anders. Max komt in de debatten niet niet verder dan: Zullen we Philoktetes dan maar eens terughalen? Voor straf mag hij niet meer meepraten maar tot zijn genoegen komt de rest van de teamleden er ook niet uit.



Profileren

De onderwijskundige visie van de school komt in de schoolgids, op de eerste pagina na de inhoudsopgave. Belangrijk dus. Waarom komen we er toch niet uit? Simpel. Als school dienen we ons te onderscheiden van de concurrentie, we hebben een duidelijk profiel nodig. Maar hoe moet je je profileren als de dagelijkse realiteit voorschrijft dat je voornamelijk bezig bent met het aanleren van het Nederlands als tweede taal en het geven van uitleg over de cultuur waaraan de leerlingen zich dienen te conformeren? Moet je dan een Brede School willen zijn? Of juist een Smalle? Wil je een Kunst-Magneetschool zijn? Een Natuur-Magneetschool? Een veredelde kookclub? Een gezellig naaikransje? Koekje bij de thee????



Pragmatisme

Max zou tijdens de verhitte debatten de wapens van Hercules op tafel willen smijten. Het is tijd voor een pragmatische aanpak. We doen het toch niet zoals we het op papier zetten. Zullen we het dan gewoon maar op papier zetten zoals we het doen!? Een aantal collega’s zal wel vinden dat dat stinkt.



Dit was Max-Daar-Zit-Een-Luchtje-Aan-Kleinletter.